.

Winkelwagen

De winkelwagen is leeg
Waarom de auto voorzien van extra dempingsmateriaal?
De plaats waar de speakers in een auto gemonteerd wordt, deuren, dashboard en kofferbak, is meestal niet de meest geschikte plaats qua afstraalgedrag en akoestiek. Ook zijn de materialen waar de speakers op gemonteerd worden niet zomaar geschikt om een goede weergave te garanderen. Plastic deurpaneel of dun plaatstaal en andere materialen zijn eigenlijk totaal ongeschikt om als behuizing te dienen voor een luidspreker. Ze gaan makkelijk "meedoen" met de luidspreker en ze geven een ongewenste kleuring, bijgeluid aan het geluid.
Daarnaast heeft rolgeluid van de banden, motorgeluid en windgeruis ook negatieve invloed op de geluidskwaliteit van audio systeem. Hoe stiller de auto, hoe beter je details en klank kan onderscheiden.
Dempingsmateriaal verminderd paneelresonanties, en dempt het aandeel van rijgeluiden..

Welke dempingsmaterialen zijn er?

Op basis van de werking kunnen we onderscheid maken in de volgende dempingsmaterialen:

1. Ontdreunen
Dempingsmaterialen werken op effect van massa en het omzetten van trillingsenergie in warmte. Hiertoe dienen de materialen bepaalde eigenschappen te hebben. De meeste zelfklevende matten hebben een hoge massa en zijn enigzins flexibel. De dikte kan varieren, hoe dikker hoe zwaarder, maar ook minder flexibel. De toplaag kan een aluminium laagje zijn, welke meer stevigheid biedt, waardoor de dempingslaag meer stijfheid aan de te dempen omgeving geeft. De auto is een omgeving van zeer wisselende temperaturen en trillingen. Goede dempingsmaterialen werken over een brede temperatuursrange, bijvoorbeeld bij -10 tot +50 graden. Ze worden op rol of in tegels geleverd. Ook is het als pasta te verkrijgen. Pasta's zijn vooral voor oppervlaktes met veel oneffenheden zeer geschikt. De zelfklevende tegels vooral voor de vlakke oppervlaktes. 
Dynamat DynapadVibraflexSilentCoatBrax eXvibrationVirbradamp ontdreuningspasta


2. Trillingsdemping
Ontkoppelen, dit lijkt erg op ontdreunen, maar deze methode voorkomt dat een trllingsbron de trillingen doorgeeft aan de omgeving. Er wordt een demper of dempingslaag tussen bron en omgeving geplaatst, een dempende laag tussen subwoofer en kofferbak bijvoorbeeld. Hiermee wordt de trilling zo min mogelijk doorgegeven aan het onderliggende materiaal (metaal van de carrosserie).

3. Absorberen
Geluid zijn trillingen van luchtdeeltjes. Met behulp van absorbtiematerialen, schuim van een bepaalde samenstelling, worden de trillingen voor een deel uitgedoofd. De uitdoving is wel frequentieafhankelijk, dus bepaalde frequentiegebieden worden beter uitgedoofd dan andere. En het ene dempingsmateriaal werkt beter op een bepaalt frequentiegebied dan het andere. En de dikte van het absorbtiemateriaal geeft ook een verbetering van absorbtie, een dikkere laag absorbeert meer. Getoonde materialen zijn zelfklevend maar moeten wel vochtwerend zijn om in autodeuren verwerkt te kunnen worden.




4. Isoleren
SilentCoat Absorber


Waar pas je dempingsmateriaal toe:
Direct op de metalen- en kunststof delen die in de buurt van de speakers zitten zoals:
  • deuren binnenkant
  • deurpaneel binnenkant
  • tussenpaneel deur (constructie per auto verschillend)
  • Onderkant dashboard
  • kofferbak bodem
  • kofferbak zijpanelen
  • kofferbak wielkasten (vermindert rijgeluid
Je kan nog veel verder gaan en zoveel mogeiijk de grotere oppervlakken beplakken. Zoals het dak en bodem. Maar dat wordt een tijdrovende en kostbare zaak, het gehele interieur zal eerst verwijderd moeten worden. 

Volgorde van de verschillende lagen.

Ontdreuning met SilencoatIsoleren met SilentcoatRoller

Als eerste wordt een laag ontdreuningsmateriaal aangebracht op het plaatstaal. Zorg dat de ondergrond goed ontvet is (met wasbenzine bijvoorbeeld) en oude dempingslagen verwijdert zijn. Anders is de hechting van de nieuwe materialen onvoldoende. Gebruik voor de grote oppervlakken een roller om de matten goed aan te kunnen drukken en zorg dat er geen luchtbellen onder de dempingsmatten onstaan. Verwarm het dempingsmateriaal met een verfbrander of fohn, zodat het soepeler te verwerken is.
Na de ontdreuningslaag volgt een laag isolatie- of absorbtiemateriaal. Let daarbij altijd op of de materialen geschikt zijn voor gebruik in een vochtige omgeving.